Translation of "Anpflanzen" into Dutch
plant, aanplanting, voetzool are the top translations of "Anpflanzen" into Dutch.
-
plant
noun masculineIm März ist das Erdreich noch zu kalt, um im Garten etwas anzupflanzen.
In maart is de grond nog te koud om iets in de tuin te planten.
-
aanplanting
noun feminineZum Anpflanzen neuer Bäume nimmt man des öfteren Triebe, die man von einem ausgewachsenen Baum abtrennt.
Voor de aanplanting van nieuwe bomen gebruikt men dikwijls stekken die van een volwassen boom zijn genomen.
-
voetzool
noun -
zool
noun masculine
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Anpflanzen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
-
aanplanten
verbdoor beplanting aanbrengen
Schalenobstbaumanlagen, die traditionell in den gemäßigten und den subtropischen Klimazonen angepflanzt werden.
Notenboomgaarden, die van oudsher op gematigde en subtropische breedten worden aangeplant.
-
planten
verbIm März ist das Erdreich noch zu kalt, um im Garten etwas anzupflanzen.
In maart is de grond nog te koud om iets in de tuin te planten.
-
aanleggen
verbCindy hat ihr Herz daran verloren, diesen Frühling einen Garten anzupflanzen.
Cindy heeft haar zinnen gezet op een tuin aanleggen dit voorjaar.
-
Less frequent translations
- beplanten
- poten
- verbouwen