Translation of "Ausweis" into Dutch

bewijs, teken, adstructie are the top translations of "Ausweis" into Dutch.

Ausweis noun masculine grammar

Papiere (umgangssprachlich)

+ Add

German-Dutch dictionary

  • bewijs

    noun neuter

    Ich meine, das erste Mal hatte ich echt Panik, aber die prüfen hier nur Ausweise.

    De eerste keer vond ik het wel eng maar ze controleren hier alleen ID bewijzen.

  • teken

    noun neuter
  • adstructie

  • Less frequent translations

    • identiteitsbewijs
    • legitimatiebewijs
    • legitimatie
    • certificaat
    • verklaring
    • attest
    • testimonium
    • pas
    • pasje
    • persoonsbewijs
    • wenk
    • getuigenverklaring
    • getuigschrift
    • merkteken
    • getuigenis
    • blijk
    • paspoort
    • identiteitskaart
    • identificatie
    • staat
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Ausweis" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "Ausweis"

Phrases similar to "Ausweis" with translations into Dutch

  • de tijd zal het leren
  • op vertoon van een identiteitsbewijs
  • aanhouden · aantonen · afdanken · afkeuren · afmonsteren · afslaan · afstoten · afwijzen · authentiseren · bewijzen · blijken · ciseleren · doorsturen · doorzenden · heruitzenden · het oneens zijn · identificeren · nee zeggen tegen · ontslaan · ontzetten · refereren · reflecteren · retourneren · royeren · spiegelen · terugbezorgen · teruggooien · terugkaatsen · terugsturen · terugwerpen · terugwijzen · uitdrijven · uitstellen · uitwijzen · uitzetten · verdagen · verdrijven · verdringen · verduwen · verjagen · verschuiven · vertikken · verwerpen · verwijzen · weerkaatsen · weerspiegelen · wegdrijven · wegdringen · wegduwen · wegjagen · wegstoten · weigeren · wraken · zich legitimeren
  • legitimeren · zich legitimeren
Add

Translations of "Ausweis" into Dutch in sentences, translation memory