Translation of "Ausziehen" into Dutch
uitkleden, uittrekken, uitdoen are the top translations of "Ausziehen" into Dutch.
ausziehen
verb
grammar
strippen (umgangssprachlich)
-
uitkleden
verbWillst du dich hier ausziehen oder bevorzugst du einen weniger öffentlichen ort?
Wil je je hier uitkleden of wil je dat ergens doen waar minder mensen zijn?
-
uittrekken
verbvan je lichaam af halen
Du musst die Schuhe ausziehen, ehe du in ein Haus hineingehst.
Je moet je schoenen uittrekken voordat je een huis binnengaat.
-
uitdoen
verbWir müssen die Schuhe ausziehen, bevor wir das Haus betreten.
We moeten onze schoenen uitdoen, voor we in het huis binnengaan.
-
Less frequent translations
- afleiden
- zetten
- eropuit trekken
- evacueren
- natrekken
- ontkleden
- overtrekken
- trekken
- uitschuiven
- verdwijnen
- vertrekken
- wegtrekken
- verhuizen
- inweken
- macereren
- opstijgen
- door elkaar gooien
- in wanorde brengen
- ongedaan maken
- uit elkaar halen
- uit elkaar nemen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Ausziehen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "Ausziehen" with translations into Dutch
-
uitkleden · zich ontbloten · zich ontkleden · zich uitkleden
-
Failure to Launch
-
ontkleed
Add example
Add