Translation of "Bauer" into Dutch

boer, pion, landbouwer are the top translations of "Bauer" into Dutch.

Bauer noun proper masculine grammar

Stoffel (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • boer

    noun masculine

    Een persoon die de grond bewerkt of een veestapel bezit, vooral op een boerderij.

    Was der Bauer nicht kennt, das frisst er nicht.

    Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet.

  • pion

    noun masculine

    Een schaakstuk, het minst waardevolle. [..]

    Man opfert nicht die Dame, um einen Bauern zu retten.

    Je offert niet je koningin op voor een pion.

  • landbouwer

    noun masculine

    Een persoon die de grond bewerkt of een veestapel bezit, vooral op een boerderij.

    Die meisten der in diesem gottverlassenen Dorfe lebenden Bauern können weder lesen noch schreiben.

    Het meerendeel van de landbouwers in dit godvergeten dorp kan niet lezen of schrijven.

  • Less frequent translations

    • landman
    • agrariër
    • kooi
    • veehouder
    • boerin
    • kleine man
    • landarbeider
    • Pion
    • teler
    • plattelander
    • kweker
    • bouwer
    • boerenpummmel
    • buer
    • lijfeigene
    • zot
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Bauer" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "Bauer"

Phrases similar to "Bauer" with translations into Dutch

Add

Translations of "Bauer" into Dutch in sentences, translation memory