Translation of "Bauteil" into Dutch

onderdeel, component, element are the top translations of "Bauteil" into Dutch.

Bauteil noun Noun neuter grammar
+ Add

German-Dutch dictionary

  • onderdeel

    noun neuter

    Een kleiner, autonoom deel van een groter geheel. Vaak onder verwijzing naar een fabricageonderdeel van een groter toestel.

    Jack, wir werden Cheng und das Bauteil kriegen.

    Jack, we krijgen Cheng en dat onderdeel wel.

  • component

    noun masculine

    Een kleiner, autonoom deel van een groter geheel. Vaak onder verwijzing naar een fabricageonderdeel van een groter toestel.

    Diese Einheiten können zu einem einzigen Bauteil vereint oder miteinander zu einem System verbunden werden.

    Deze elementen mogen geïntegreerd zijn in een apparaat of een systeem van met elkaar verbonden componenten zijn.

  • element

    noun neuter

    Een kleiner, autonoom deel van een groter geheel. Vaak onder verwijzing naar een fabricageonderdeel van een groter toestel.

    Diese Einheiten können zu einem einzigen Bauteil vereint oder miteinander zu einem System verbunden werden.

    Deze elementen mogen geïntegreerd zijn in een apparaat of een systeem van met elkaar verbonden componenten zijn.

  • Less frequent translations

    • deel
    • bestanddeel
    • gedeelte
    • bouwdeel
    • bouwsteen
    • segment
    • architecturaal element
    • deel van gebouw
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Bauteil" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "Bauteil" with translations into Dutch

Add

Translations of "Bauteil" into Dutch in sentences, translation memory