Translation of "Bekleiden" into Dutch

kleding, bekleden, kleden are the top translations of "Bekleiden" into Dutch.

Bekleiden
+ Add

German-Dutch dictionary

  • kleding

    noun

    Der Fahrer muß mit einer ihm passenden Kombination oder gleichwertiger Kleidung bekleidet sein.

    De bestuurder moet een nauwsluitende overall of gelijkwaardige kleding dragen.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Bekleiden" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

bekleiden Verb grammar

wirken (als) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • bekleden

    verb

    Een post of een functie bekleden.

    Das bedeutet, dass heute fünfmal so viele Frauen Führungspositionen bekleiden.

    Dat betekent dat er nu vijf keer zoveel vrouwen hoge functies bekleden dan daarvoor.

  • kleden

    verb

    Mary ist spärlich bekleidet.

    Mary is schaars gekleed.

  • staan

    verb
  • Less frequent translations

    • aankleden
    • omkleden
    • bezetten
    • beslaan
    • bezig houden
    • in beslag nemen
    • vervullen
    • aantrekken
    • aandoen
    • innemen
    • opleggen
    • ontvangen
    • bepleisteren
    • inwonen
    • pleisteren
    • stukadoren
    • overtrekken
    • bewonen
    • opbrengen
    • accepteren
    • aanbrengen
    • aannemen
    • uitoefenen
    • beoefenen

Phrases similar to "Bekleiden" with translations into Dutch

Add

Translations of "Bekleiden" into Dutch in sentences, translation memory