Translation of "Brauch" into Dutch

gewoonte, gebruik, usance are the top translations of "Brauch" into Dutch.

Brauch noun masculine grammar

Usanz (schweiz.) (fachsprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • gewoonte

    noun feminine

    Das ist so Brauch und mein königliches Recht.

    Het is een gewoonte en mijn Koninklijk recht.

  • gebruik

    noun neuter

    een standaard manier van doen

    Bildersprache oder Metaphorik ist ein wirksames Stilmittel, vorausgesetzt sie wird korrekt gebraucht.

    Beeldspraak of metafoor is een krachtig stijlmiddel, mits correct gebruikt.

  • usance

  • Less frequent translations

    • zede
    • ritueel
    • ritus
    • rite
    • gebruiken
    • praktijk
    • traditie
    • aanwensel
    • conventie
    • gewenning
    • gewoonte of traditie
    • hebbelijkheid
    • manieren
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Brauch" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

brauch verb
+ Add

"brauch" in German - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for brauch in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Phrases similar to "Brauch" with translations into Dutch

  • ik heb een postzegel nodig
  • eeuwenoude gebruiken
  • aanbrengen · aandoen · aantrekken · aanwenden · aanzetten · behoeven · benodigen · benutten · doen · doorvoeren · dragen · gebruiken · hebben · hoeven · in toepassing brengen · leggen · moeten · moeten hebben · nodig hebben · opbrengen · opleggen · plaatsen · reclameren · steken · stellen · stoppen · toe zijn aan · toepassen · vereisen · vergen · voordoen · vragen · zetten
  • zeden en gewoonten
  • doen alsof · voorgeven · voorwenden
  • gebruik
  • het is gebruikelijk om ...
Add

Translations of "Brauch" into Dutch in sentences, translation memory