Translation of "Einsetzen" into Dutch

inval, installeren, inzetten are the top translations of "Einsetzen" into Dutch.

Einsetzen
+ Add

German-Dutch dictionary

  • inval

    noun verb

    Ich werde mich in Kigali dafür einsetzen, dass die Truppen von Kigali nicht mehr auf fremdes Gebiet vordringen.

    Ik zal er in Kigali ook voor pleiten geen invallen van Kigalese troepen te laten plaatsvinden op buitenlands grondgebied.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Einsetzen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

einsetzen verb grammar

deployen (fachsprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • installeren

    verb

    Denn wenn wir sie herstellen können nachdem wir sie erforscht haben, könnten wir sie überall einsetzen.

    Want als we het na de ontdekking kunnen maken, kunnen we het overal installeren.

  • inzetten

    verb

    Und er hat sich nie für etwas eingesetzt.

    En hij heeft zich nooit ergens voor ingezet.

  • aanleggen

    verb

    wenn die Ausgaben der Bildung von Vorräten dienen, die der Antragsteller im Rahmen der geförderten Maßnahme einsetzt

    wanneer de uitgaven verband houden met het aanleggen van voorraden welke voor de gesubsidieerde actie bestemd zijn

  • Less frequent translations

    • fitten
    • zetten
    • inleggen
    • indoen
    • maken
    • doen
    • uitvoeren
    • bouwen
    • uitbrengen
    • bedrijven
    • uitrichten
    • construeren
    • aanmaken
    • plaatsen
    • leggen
    • stellen
    • gaan
    • steken
    • stoppen
    • stationeren
    • situeren
    • zitten
    • poseren
    • aanstellen
    • beginnen
    • benoemen
    • inschakelen
    • inschuiven
    • instellen
    • invallen
    • moeite doen
    • op het spel zetten
    • opkomen voor
    • riskeren
    • tewerkstellen
    • wagen
    • zetten in
    • zich inspannen
    • instoppen
    • aanbrengen
    • invoeren
    • vullen
    • schuiven
    • opbrengen
    • aantrekken
    • aandienen
    • aankondigen
    • inleiden
    • opvullen
    • opleggen
    • insteken
    • aandoen
    • annonceren
    • binnenleiden
    • adverteren
    • gebruiken
    • aanwenden
    • benutten
    • toepassen
    • hanteren
    • invoegen
    • bezigen
    • utiliseren

Phrases similar to "Einsetzen" with translations into Dutch

Add

Translations of "Einsetzen" into Dutch in sentences, translation memory