Translation of "Empfang" into Dutch
ontvangst, receptie, onthaal are the top translations of "Empfang" into Dutch.
Empfang
noun
masculine
grammar
großer Bahnhof (umgangssprachlich) [..]
-
ontvangst
noun feminineDer Empfang ist nicht gut.
De ontvangst is niet goed.
-
receptie
noun feminineTom beklagte sich am Empfang über den Lärm.
Tom beklaagde zich bij de receptie over het lawaai.
-
onthaal
noun neuterDas offizielle Begrüßungskomitee bereitete ihm einen warmen Empfang.
Hij werd warm onthaald door het plaatselijke ontvangstcomité.
-
Less frequent translations
- welkom
- aanneming
- aanvaarding
- acceptatie
- auditorium
- audiëntie
- gehoor
- hoorders
- luisteraars
- luisterpubliek
- toehoorders
- ontvangen
- verband
- begroeting
- betrekking
- binnengaan
- entree
- intrede
- kennismaking
- landing
- nadering
- omgang
- ontmoeting
- ontvangkamer
- ontvangzaal
- receptiezaal
- toegang
- verhouding
- verkeer
- verstandhouding
- verwelkoming
- kwitantie
- balie
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Empfang" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
empfang
verb
+
Add translation
Add
"empfang" in German - Dutch dictionary
Currently, we have no translations for empfang in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.
Images with "Empfang"
Phrases similar to "Empfang" with translations into Dutch
-
Ontvangen bestanden
-
de ontvangst door de minister
-
aannemen · aanvaarden · accepteren · begrijpen · begroeten · binnenkrijgen · erkennen · gastvrij onthalen · gastvrij ontvangen · genieten · krijgen · onthalen · ontvangen · toucheren · verkrijgen · zwanger worden
-
ontvangen
-
ontvangen · overnemen
-
bevestigen
-
Ontvangen bestanden openen
-
aanbrengen · aandoen · aankleden · aannemen · aantrekken · aanvaarden · accepteren · bekleden · bepleisteren · binnenlaten · collecteren · doorstaan · genieten · goedvinden · het eens zijn · innen · inzamelen · kleden · krijgen · lijden · omkleden · ondergaan · ontvangen · oogsten · opbrengen · opleggen · overtrekken · pleisteren · plukken · rapen · staan · stukadoren · toegeven · toelaten · toestemmen · toucheren · uitstaan · velen · verdragen · verzamelen
Add example
Add