Translation of "Erwerb" into Dutch

aanwinst, acquisitie, buit are the top translations of "Erwerb" into Dutch.

Erwerb noun Noun masculine grammar

Die Aneignung auf einer intellektuellen Ebene, im Sinne des Erwerbens von Wissen bezüglich von etwas. [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • aanwinst

    noun

    iets nieuws dat erbij komt [..]

    In dieser zunehmend komplexen Welt gehören Bildung und Ausbildung mit zum Wichtigsten, was man im Leben erwerben kann.

    In deze wereld die steeds ingewikkelder wordt, is een opleiding een enorme aanwinst.

  • acquisitie

    noun

    Und ein weiterer kürzlicher Erwerb, auf den wir sehr stolz sind... Ein Mann, der eines natürlichen Todes starb.

    En nog een acquisitie waar we erg trots op zijn... een man die een natuurlijke dood is gestorven.

  • buit

    noun
  • Less frequent translations

    • prooi
    • verwerving
    • verkrijging
    • ambacht
    • broodwinning
    • het verwerven
    • vak
    • verdienste
    • koop
    • verworvenheid
    • aankoop
    • inkoop
    • aanschaffing
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Erwerb" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "Erwerb" with translations into Dutch

  • onbereikbaar · onverkrijgbaar
  • verwerven
  • verwerving
  • aanbrengen · aankopen · aanschaffen · aanwerven · afnemen · behalen · buit maken · buitmaken · deelachtig worden · inkopen · kopen · krijgen · overnemen · verdienen · verkrijgen · verwerven · werven · winnen
  • aankopen · aanschaffen · afnemen · assimileren · behalen · buitmaken · deelachtig worden · halen · in zich opnemen · inkopen · kopen · krijgen · opdoen · opkopen · overnemen · verdienen · verkrijgen · verwerven
  • naturalisatie
Add

Translations of "Erwerb" into Dutch in sentences, translation memory