Translation of "Fastenzeit" into Dutch
vasten, vastentijd, Vastentijd are the top translations of "Fastenzeit" into Dutch.
Fastenzeit
noun
feminine
grammar
vierzig Tage vor Ostern
-
vasten
noun proper masculineIn der Fastenzeit hinke ich etwas nach, aber zu Weihnachten hab ich aufgeholt.
Ik raak wat achter tijdens de vasten, maar het komt met kerst weer goed.
-
vastentijd
noun masculineEs ist als ob die Fastenzeit erst jetzt erfunden wurde.
Het is alsof de vastentijd zojuist werd bedacht.
-
Vastentijd
Es ist als ob die Fastenzeit erst jetzt erfunden wurde.
Het is alsof de vastentijd zojuist werd bedacht.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Fastenzeit" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Add example
Add