Translation of "Griff" into Dutch
handvat, heft, greep are the top translations of "Griff" into Dutch.
Heft (Messer) [..]
-
handvat
noun neuterVorrichtungen zum Ergreifen, Halten oder Bedienen eines Gegenstandes
Sollte die Toilettenspülung laufen, musst du einfach am Griff ruckeln.
Rammel aan het handvat van het toilet als het blijft lopen.
-
heft
noun neuterUnd jetzt schau, wo sich der Griff der Klinge befindet.
En kijk naar waar het heft van het mes is.
-
greep
noun masculineEine Kältewelle griff Europa an.
De koudegolf heeft Europa in zijn greep gehouden.
-
Less frequent translations
- handgreep
- grijper
- oor
- klauw
- kruk
- vingerzetting
- knop
- gevest
- hals
- hengsel
- inname
- slag
- steel
- vat
- begrip
- gesp
- grip
- haak
- handdruk
- hendel
- knip
- kram
- omhelzing
- schakel
- slot
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Griff" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
-
behandelen
verbIn den heute abgegebenen Empfehlungen greift die Kommission einige der weiterhin bestehenden großen Herausforderungen auf.
In de aanbevelingen van vandaag behandelt de Commissie een aantal belangrijke overblijvende uitdagingen.
-
hanteren
verbAußerdem greifen manche Drittländer immer noch quasi routinemäßig auf Schutzmaßnahmen zurück.
Bovendien blijven sommige derde landen bijna stelselmatig vrijwaringsmaatregelen hanteren.
-
omgaan
verbMan bekommt Situationen, die einen früher geängstigt hätten, leichter in den Griff.
En daar put je moed uit. Je leert beter omgaan met je angsten.
-
omgaan met
Man bekommt Situationen, die einen früher geängstigt hätten, leichter in den Griff.
En daar put je moed uit. Je leert beter omgaan met je angsten.
Images with "Griff"
Phrases similar to "Griff" with translations into Dutch
-
diepgaand · grondig · ingrijpend
-
Griffen
-
aangrijpen · beetkrijgen · beetnemen · beetpakken · bemachtigen · bemerken · confisqueren · effect sorteren · gewaar worden · graaien · grijpen · halen · in beslag nemen · inslaan · konfiskeren · krabben · merken · nemen · omklemmen · pakken · raken · tasten · teisteren · treffen · vangen · vastgrijpen · vastpakken · vatten · verbeurd verklaren · vernemen · waarnemen · zijn toevlucht nemen
-
grijp
-
zijn greep verslappen
-
vlakbij
-
de wapens opnemen · naar de wapens grijpen
-
Deutsch-Griffen