Translation of "Haben" into Dutch

actief, bezit, activa are the top translations of "Haben" into Dutch.

Haben noun neuter grammar

von Gedanken, Ideen, Ambitionen, Zweigen etc.

+ Add

German-Dutch dictionary

  • actief

    noun

    Wir können nicht weitermachen, ohne diese kohärente Strategie umzusetzen, wie es Baroness Ashton dargelegt hat.

    We kunnen niet doorgaan zonder een coherente en actieve strategie, zoals beschreven door barones Ashton.

  • bezit

    noun neuter

    Portugal hat den persönlichen Besitz von Drogen entkriminalisiert.

    Portugal heeft het persoonlijk bezit van drugs gedecriminaliseerd.

  • activa

    noun p

    Die Kommission hat beschlossen, die vom Rechnungshof genannten Vermögensgegenstände ihrer bisherigen Veräußerungspolitik entsprechend abzustoßen.

    De Commissie heeft besloten de door de Rekenkamer bedoelde activa te verkopen overeenkomstig haar permanente desinvesteringsstrategie.

  • Less frequent translations

    • bedrijvende vorm
    • credit
    • tegoed
    • Credit
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Haben" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

haben verb grammar

(über etwas) verfügen [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • hebben

    verb p

    bezitten [..]

    Erneut danke, dass du mich erneut gerettet hast!

    Nogmaals bedankt dat je me opnieuw gered hebt.

  • erop nahouden

    Frankreich und Großbritannien beispielsweise sind Länder, die bei außenpolitischen Fragen oft verschiedene Sichtweisen haben.

    Frankrijk en Groot-Brittannië zijn voorbeelden van landen die vaak verschillende benaderingen erop nahouden op het gebied van het buitenlands beleid.

  • zijn

    verb masculine

    Vom Gipfel hat man einen schönen Blick aufs Meer.

    Het zicht op de zee vanaf de bergtop is mooi.

  • Less frequent translations

    • begrijpen
    • houden
    • bezitten
    • dragen
    • dienen
    • ruzie maken
    • tellen
    • vasthouden
    • zich aanstellen
    • zich gedragen
    • verstaan
    • heb
    • moeten
    • bezit
    • tegoed
    • hebt

Images with "Haben"

Phrases similar to "Haben" with translations into Dutch

Add

Translations of "Haben" into Dutch in sentences, translation memory