Translation of "Schenken" into Dutch
schenking, schenken, geven are the top translations of "Schenken" into Dutch.
besch.
-
schenking
nounDiese Nachricht, so sagt er, sei für ihn besser, als unverhofft hunderttausend Pfund geschenkt zu bekommen.
Hij zegt dat dit nieuws beter is dan een onverwachte schenking van honderdduizend pond.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Schenken" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
springenlassen (Geld) [..]
-
schenken
verbEen geschenk geven. [..]
Er hat ihr eine Puppe geschenkt.
Hij heeft haar een pop geschonken.
-
geven
verbEen geschenk geven. [..]
Sie wusste nicht, was sie den Kindern zu Weihnachten schenken sollte.
Ze weet niet wat geven aan de kinderen met kerstavond.
-
cadeau geven
Wie kannst du reagieren, wenn dir jemand schöne Feiertage wünscht oder dir etwas schenken will?
Wat kun je doen als iemand je fijne feestdagen wenst of je een cadeau geeft?
-
Less frequent translations
- toekennen
- verlenen
- doneren
- aanbieden
- opbrengen
- doorbrengen
- uitgaan
- aansteken
- uitkomen
- inschakelen
- uitstijgen
- aangeven
- schakelen
- uitlopen
- toebrengen
- aanbotsen
- aandraaien
- aandoen
- afzien van
- inschenken
- kwijtschelden
- overslaan
- uitstappen
- vergeven
- uittreden
- verdrijven
- aanreiken
- geduwd worden
- zich stoten
- voorstellen
- offeren
- presenteren
- opofferen
- spelen
- vertonen
- indienen
- te koop aanbieden
- cadeau
- weggeven
- gieten
- begiftigen
- anbieden
- uitrekken
- toedienen
- verstrekken
Phrases similar to "Schenken" with translations into Dutch
-
aandacht schenken aan · opletten
-
café · kantine · kroeg
-
horen · vernemen · verstaan
-
vertrouwen
-
schenken
-
het leven schenken aan