Translation of "Sperren" into Dutch
obstructie, afsluiten, afdammen are the top translations of "Sperren" into Dutch.
Sperren
noun
-
obstructie
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Sperren" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
sperren
verb
grammar
mauern (umgangssprachlich) [..]
-
afsluiten
verbEiner von mir bleibt hier und sperrt den Club ab.
Luister éen van mij zal hier blijven en de club afsluiten.
-
afdammen
verbEinrichten von Sperren, Abdecken der Kanalisationen
het afdammen of afdekken van afvoerkanalen
-
belemmeren
verbEs sperrt zum Glück keine ausgehenden Anwahlvorgänge.
Het goede nieuws is dat het naar buiten bellen niet belemmert.
-
Less frequent translations
- versperren
- boycotten
- stuwen
- dood verklaren
- schorsen
- sluiten
- stoppen
- stilleggen
- aanhouden
- afhouden
- afzetten
- blokkeren
- dichtmaken
- grendelen
- intrekken
- keren
- klemmen
- spatiëren
- sperren
- uitsluiten
- stilzetten
- stuiten
- opsluiten
- vergrendelen
- slot
- doorstrepen
- doorhalen
- schrappen
- een streep halen door
- stremmen
- remmen
Images with "Sperren"
Phrases similar to "Sperren" with translations into Dutch
-
Sessie vergrendelen
-
barricaderen · versperren
-
pessimistische vergrendeling
-
Vergadering vergrendelen
-
afsluiting · barrière · blokkade · blokkering · controle · embargo · heining · hek · ingang · rem · schorsing · slagboom · sluitboom · toegang · uitgang · verbod · vergrendelen · versperring · wachten
-
afgesloten · afgezet · geblokkeerd · gesloten · toe · vergrendeld · versperd
Add example
Add