Translation of "Spielen" into Dutch

spelen, gokken, spelen are the top translations of "Spielen" into Dutch.

Spielen noun Noun neuter grammar

ein Blasinstrument [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • spelen

    verb noun

    Sei doch nicht so ernst. Ist ja nur ein Spiel.

    Wees toch niet zo serieus. Het is toch maar een spel.

  • gokken

    verb noun

    B. Frankreich Spiel um Geld im Internet verboten haben.

    Op vele sites geldt er geen minimumleeftijd en kan men gokken voor de aardigheid of voor geld.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Spielen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

spielen verb grammar

zocken (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • spelen

    verb

    spielen (ein Spiel) [..]

    Tom sagte Maria, dass es zu heiß war, um draußen spielen zu gehen.

    Tom zei tegen Mary dat het te heet was om buiten te gaan spelen.

  • optreden

    verb neuter

    voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin

    Das Äffchen zu spielen, während man plaudert und speist.

    De aap die optreedt terwijl zij praten en eten.

  • acteren

    verb

    Ich habe es nicht nötig, dass sie mich bezahlen, damit ich andere spielen sehe.

    Ik hoef niet betaald te worden om andere mensen te zien acteren.

  • Less frequent translations

    • uitvoeren
    • voorspelen
    • gokken
    • opvoeren
    • bespelen
    • meespelen
    • speculeren
    • zich aanstellen
    • afspelen
    • gedragen
    • betuigen
    • vertegenwoordigen
    • aanstaan
    • doen gelden
    • draaien
    • onderscheiden
    • overgaan
    • schijnen
    • schitteren
    • slaan
    • sollen
    • toespelen
    • tokkelen
    • uiten
    • uithangen
    • uitkomen
    • zwemen
    • staan voor
    • toneelspelen
    • bewegen
    • samentrekken
    • aangrijpen
    • aandoen
    • verwoorden
    • opperen
    • uitdrukken
    • uitspreken
    • agioteren
    • ontroeren
    • fingeren
    • beschrijven
    • zich vermaken
    • zich voordoen als

Images with "Spielen"

Phrases similar to "Spielen" with translations into Dutch

Add

Translations of "Spielen" into Dutch in sentences, translation memory