Translation of "Spinnen" into Dutch

Spinnen, spinnerij, spinnen are the top translations of "Spinnen" into Dutch.

Spinnen noun grammar
+ Add

German-Dutch dictionary

  • Spinnen

    textiel [..]

    Spinnen spinnen gerne Netze.

    Spinnen maken graag spinnenwebben.

  • spinnerij

    Deshalb scheint es mir unerläßlich, daß man, ohne die Bedeutung der Tätigkeiten rund um diese Branche geringzuschätzen, der "Produktionskette" Spinnen-Weben-Konfektion Grenzen setzt.

    Ik wil geen afbreuk doen aan de eerdere en verdere activiteiten van het productieproces, maar het lijkt mij onontbeerlijk de productieketen spinnerij-weverij-confectie af te bakenen.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Spinnen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

spinnen verb grammar

spintisieren (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • spinnen

    verb neuter

    een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten

    Ich sah eine Spinne über die Zimmerdecke krabbeln.

    Ik zag een spin lopen op het plafond.

  • hallucinaties hebben

    verb
  • dromen

    verb noun

    Verloren zijn in fantasieen of afgeleid zijn door een interne visie, daarbij tijdelijk (een deel van) het contact met de realiteit verloren hebbende.

  • Less frequent translations

    • beramen
    • dagdromen
    • fantaseren
    • smeden
    • uitdenken
    • malen
    • in hoger sferen zijn

Phrases similar to "Spinnen" with translations into Dutch

  • spin
  • fried spider
  • aandrukken · aaneensluiten · aanhalen · bergen · bespannen · bespieden · bespioneren · bijschuiven · binden · draaien · dringen · drukken · gespannen zijn · gluren · insluiten · inspannen · inzwachtelen · knellen · loeren · merken · nauwer aanhalen · omzwachtelen · op de uitkijk staan · opbergen · opsluiten · optuigen · opwinden · persen · pressen · spannen · spanning · strak worden · strakker trekken · strekken · tuigen · uitrekken · vastklemmen · vastmaken · verbinden · verdichten · vlassen · voorspannen · wegbergen · wegsluiten · zich spannen · zwachtelen
  • Along Came a Spider
  • kobbe · spin · spinnekop · spinnenkobbe · spinnenkop
  • wreef
  • je bent gek!
  • fictional spider
Add

Translations of "Spinnen" into Dutch in sentences, translation memory