Translation of "Teil" into Dutch
deel, stuk, onderdeel are the top translations of "Teil" into Dutch.
Dingsbums (umgangssprachlich) [..]
-
deel
noun neuter wEen van de delen waarin men iets kan verdelen. [..]
Tom hat den größten Teil der Arbeit geleistet.
Tom heeft het grootste deel van het werk gedaan.
-
stuk
noun neuterEen van de delen waarin men iets kan verdelen.
Einen Kuchen in gleiche Teile aufzuteilen ist ziemlich schwierig.
Een taart in gelijke stukken snijden is nogal moeilijk.
-
onderdeel
noun neuterEen afzonderlijke eenheid van een groter geheel.
Denn das ist auch ein Teil des Ganzen und nicht der leichteste.
Want dat is ook een onderdeel van het geheel, en het is niet het gemakkelijkste onderdeel.
-
Less frequent translations
- gedeelte
- portie
- aandeel
- bestanddeel
- helft
- ingrediënt
- kavel
- lid
- pand
- partij
- rubriek
- Part
- ding
- kledingstuk
- lul
- deeltje
- jaartelling
- part
- plak
- schijf
- snijding
- punt
- item
- partikel
- rantsoen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Teil" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
-
deeltje
noun neuterEr musste sein Zimmer mit seinem Bruder teilen.
Hij moest zijn slaapkamer met zijn broer delen.
Images with "Teil"
Phrases similar to "Teil" with translations into Dutch
-
gedwarsbalkt · met dwarsstrepen
-
het grootste gedeelte van het jaar
-
gedeeltelijk · partieel
-
Ecstasy
-
doorsneden · gedeeld · gespleten · gesplitst · gezamenlijk · verdeeld
-
gaffelgewijs in drieën · gaffelgewijze gedeeld