Translation of "Tropfen" into Dutch

druppel, drop, wijn are the top translations of "Tropfen" into Dutch.

Tropfen noun masculine grammar

Tropfen (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • druppel

    noun masculine

    kleine hoeveelheid vloeistof [..]

    Das ist der Tropfen, der das Fass zum Überlaufen bringt.

    Dit is de druppel.

  • drop

    noun

    Darüber hinaus wurden unter dem Motto "Mehr Ertrag pro Tropfen" einige Untersuchungen zur effizienten Wassernutzung veröffentlicht.

    Verder zijn enkele studies over doeltreffend watergebruik gepubliceerd aan de hand van het "more crop per drop"-concept (druppelsgewijs meer oogst).

  • wijn

    noun

    Aber erst stoßen wir auf die Freilassung meines Freundes an, und zwar mit diesem schönen Tropfen.

    We gaan eerst Josés vrijlating vieren en toosten met deze fijne wijn.

  • Less frequent translations

    • droppel
    • lik
    • deel
    • jaartelling
    • nat
    • vlok
    • vocht
    • deeltje
    • druppelen
    • waterdruppel
    • punt
    • partikel
    • item
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Tropfen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

tropfen verb grammar
+ Add

German-Dutch dictionary

  • druppelen

    verb

    Das ist der Tropfen, der das Fass zum Überlaufen bringt.

    Dit is de druppel.

  • druipen

    verb

    Bald darauf kriechen wir hinter einem Fahrzeug her, von dem es überall tropft.

    Kort daarna zitten wij achter een langzaam rijdend voertuig dat uit alle naden druipt.

  • droppelen

  • Less frequent translations

    • lekken
    • sijpelen
    • waterdruppel
    • droppen
    • druppen

Images with "Tropfen"

Phrases similar to "Tropfen" with translations into Dutch

  • druppel voor druppel
  • bal gehakt · baxter · boerenlul · doetje · dombo · domme gans · dommerik · domoor · drol · droplul · druiloor · eend · eendenkuiken · ei · eikel · ezel · ezelsveulen · flapdrol · gehaktbal · hals · hansworst · infusie · infuus · jojo · kaffer · kalf · kalfskop · kloris · koe · kuiken · kwezel · leeghoofd · minkukel · naïeveling · nitwit · oelewapper · oen · oetlul · oliebol · onbenul · onnozele · rund · schaapskop · steenezel · stomkop · stommeling · stommerd · stommerik · stumper · sufferd · sufkont · sufkut · sukkel · sul · uil · uilenbal · uilskuiken · weetniet · zakkenwasser · zultkop
  • druppel
  • date rape drug
  • de druppel die de emmer deed overlopen · de druppel die de emmer doet overlopen
  • dat is een druppel op een gloeiende plaat
  • de gestadige drup holt de steen
  • sukkelaar
Add

Translations of "Tropfen" into Dutch in sentences, translation memory