Translation of "Ufer" into Dutch
kust, oever, wal are the top translations of "Ufer" into Dutch.
Ufer
noun
neuter
grammar
Gestade (veraltet) [..]
-
kust
noun mfEen grens of zone waar het vasteland de zee of een andere wateruitgestrektheid ontmoet.
Sie begannen sich zu fragen, ob sie es überhaupt jemals ans Ufer schaffen würden.
Ze vroegen zich af of ze überhaupt de kust wel zouden halen.
-
oever
noun masculinekustlijn of andere rand van een watermassa [..]
Nicht viele waren am Ufer, als es zu regnen begann.
Er waren maar enkele aan de oever, toen het begon te regenen.
-
wal
nounDie besten Steuerleute stehen immer am Ufer.
De beste stuurlui staan aan wal.
-
Less frequent translations
- boord
- kant
- waterkant
- kustlijn
- zeekant
- zeekust
- bank
- strand
- walkant
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Ufer" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "Ufer"
Phrases similar to "Ufer" with translations into Dutch
-
Oeverzegge
-
langs de oever van het meer
-
Wolfspoot · wolfspoot
-
aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanhaken · aankaarten · aanklampen · aanlanden · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanvangen · beginnen · beginnen met · enteren · landen · stoten op · toespreken · toetreden · vasthaken · zich stoten aan
-
aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanhaken · aankaarten · aanklampen · aanlanden · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanvangen · beginnen · beginnen met · enteren · landen · stoten op · toespreken · toetreden · vasthaken · zich stoten aan
-
kust-
-
aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanhaken · aankaarten · aanklampen · aanlanden · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanvangen · beginnen · beginnen met · enteren · landen · stoten op · toespreken · toetreden · vasthaken · zich stoten aan
-
Goudzuring
Add example
Add