Translation of "Urlaub" into Dutch

vakantie, verlof, vrijaf are the top translations of "Urlaub" into Dutch.

Urlaub noun masculine grammar

Eine Zeitspanne, in der eine Auszeit von Arbeit oder Studium genommen wird, um sich zu erholen, zu reisen oder Freizeitaktivitäten nachzugehen. [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • vakantie

    noun feminine

    Een periode waarin een pauze wordt genomen van werk of studie om uit te rusten, te reizen of voor recreatie. [..]

    Während sie im Urlaub waren, haben sich ihre Nachbarn um den Hund gekümmert.

    Toen ze op vakantie waren, zorgden hun buren voor de hond.

  • verlof

    noun neuter

    Een periode waarin een pauze wordt genomen van werk of studie om uit te rusten, te reizen of voor recreatie. [..]

    Wieso nimmst du nicht einen Tag Urlaub?

    Waarom vraagt ge geen dag verlof?

  • vrijaf

    adjective noun

    Unter den Umständen empfehlen wir dass Sie freiwilligen Urlaub nehmen.

    Onder de gegeven omstandigheden raden we aan dat u'n tijdje vrijaf neemt.

  • Less frequent translations

    • reis
    • congé
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Urlaub" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "Urlaub" with translations into Dutch

Add

Translations of "Urlaub" into Dutch in sentences, translation memory