Translation of "Verwandten" into Dutch

familie, verwanten are the top translations of "Verwandten" into Dutch.

Verwandten noun
+ Add

German-Dutch dictionary

  • familie

    noun feminine

    Im Moment ist Maria daheim an der Seite ihrer Verwandten.

    Op dit moment is Maria thuis met haar familie.

  • verwanten

    noun p

    Tom und ich sind entfernte Verwandte.

    Tom en ik zijn verre verwanten.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Verwandten" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

verwandten adjective
+ Add

"verwandten" in German - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for verwandten in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Phrases similar to "Verwandten" with translations into Dutch

  • nevenverwant
  • bij familie logeren
  • aanbrengen · aandoen · aantrekken · aanwenden · aanzetten · benutten · beoefenen · besteden · betrachten · bezigen · doen · doorvoeren · gebruik · gebruik maken van · gebruiken · gebruikmaken van · hanteren · in de praktijk brengen · in toepassing brengen · leggen · opbrengen · opleggen · plaatsen · spenderen · steken · stellen · stoppen · toepassen · uitoefenen · utiliseren · verbruiken · voordoen · zetten
  • gebruikt
  • kennissen en familie · vrienden en verwanten
  • bloedverwant · familie · familielid · verwant · verwante
  • verbruikte service-eenheden
  • derdegraads verwant
Add

Translations of "Verwandten" into Dutch in sentences, translation memory