Translation of "Wachsen" into Dutch
aangroei, groei, groeien are the top translations of "Wachsen" into Dutch.
wachsen und dabei reif werden [..]
-
aangroei
noun verbJetzt kann man nicht sagen, dass es wieder wächst.
Nu kunnen we niet eens zeggen dat het wel aangroeit.
-
groei
noun verbWenn man sich das Haar rasiert, so wächst es dichter wieder nach.
Als je je haar scheert, groeit het weer dikker terug.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Wachsen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
ausprägen (fachsprachlich)
-
groeien
verbgroter worden [..]
Ich wusste nicht, dass Apfelbäume aus Samen wachsen.
Ik wist niet dat appelbomen uit zaden groeien.
-
wassen
verbIch schätze, dass es während meines Aufenthalts gewachsen ist.
Ik denk dat het groeide toen ik daar was.
-
toenemen
verbSie sind exponentiell gewachsen, weil sie Muslime zu „anderen“ gemacht haben.
Ze zijn exponentieel toegenomen, omdat ze moslims tot “de ander” hebben gemaakt.
-
Less frequent translations
- gedijen
- aanwassen
- opgroeien
- vermeerderen
- inwrijven
- stijgen
- uitbreiden
- uitgroeien
- waxen
- wrijven
- vergroten
- aangroeien
- telen
- uitdijen
- uitbouwen
- insmeren
- groter worden
- in de was zetten
- meer gaan betalen
- met was insmeren
- met was inwrijven
- opslag geven
- was aanbrengen
- verhogen
- uitzetten
Phrases similar to "Wachsen" with translations into Dutch
-
ingroeien
-
rijzig
-
groeien en bloeien
-
groen · levend
-
groeiend
-
groeiden
-
snelgroeiend
-
aankunnen