Translation of "Zeug" into Dutch
gereedschap, gerei, outillage are the top translations of "Zeug" into Dutch.
Zeug
noun
Noun
masculine
neuter
grammar
Teile (umgangssprachlich) [..]
-
gereedschap
noun neuterDann kommt ihr mit dem Zeug, den Flaschen und so.
Jullie komen dan met het gereedschap, de flessen en zo.
-
gerei
Das Zeug bekommt der, der das jüngste nimmt.
Het gerei gaat naar diegene die de jongsten neemt.
-
outillage
-
Less frequent translations
- stof
- weefsel
- goed
- kleding
- onzin
- prul
- prullaria
- rommel
- troep
- tuig
- tuigage
- spul
- garderobe
- kleren
- plunje
- goedje
- laken
- spullen
- waar
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Zeug" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "Zeug" with translations into Dutch
-
getuigen
-
Witness
-
aantonen · adstrueren · bewijzen · certificeren · getuigen · spreken · staven · uitwijzen · veroorzaken · verwekken · voortbrengen · waarmaken
-
brij
-
kinderen verwekken
-
absurditeit · ongerijmde · ongerijmdheid · onzin · onzinnigheid
-
The Talk of the Town
-
waardeloze rommel
Add example
Add