Translation of "abdanken" into Dutch

afstand doen, aftreden, ontzetten are the top translations of "abdanken" into Dutch.

abdanken verb grammar

seinen Hut nehmen (umgangssprachlich)

+ Add

German-Dutch dictionary

  • afstand doen

    verb

    Afzien van of opgeven van een troon, recht, macht, claim, verantwoordelijkheid, of iets dergelijks, op een formele manier.

  • aftreden

    verb

    Wenn der Hof nicht bald abdankt, kündigen wir den Waffenstillstand.

    Als de Keizerin niet aftreedt... loopt het wapenbestand af.

  • ontzetten

  • Less frequent translations

    • royeren
    • ontslaan
    • abdiceren
    • bedanken
    • afdanken
    • afmonsteren
    • abdiqueren
    • uittreden
    • neerleggen
    • wijken
    • heruitzenden
    • retourneren
    • spiegelen
    • terugbezorgen
    • teruggooien
    • terugkaatsen
    • terugwerpen
    • terugwijzen
    • uitdrijven
    • verdagen
    • verjagen
    • weerkaatsen
    • wegdrijven
    • wegjagen
    • doorzenden
    • terugsturen
    • ontslag nemen
    • doorsturen
    • prijsgeven
    • reflecteren
    • uitstellen
    • verdrijven
    • afstaan
    • verschuiven
    • refereren
    • toegeven
    • afleggen
    • weerspiegelen
    • aanhouden
    • opgeven
    • verwijzen
    • afstand doen van
    • afstand doen van de troon
    • zich onderwerpen
    • afstand doen van de kroon
    • terug treden
    • zijn ambt neerleggen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "abdanken" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Abdanken Noun grammar
+ Add

"Abdanken" in German - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Abdanken in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Add

Translations of "abdanken" into Dutch in sentences, translation memory