Translation of "abgeben" into Dutch
geven, afgeven, overhandigen are the top translations of "abgeben" into Dutch.
involviert (sein) [..]
-
geven
verboverdragen van het bezit van iets aan iemand anders
Ich kann dir die Hälfte meines Brotes abgeben.
Ik kan je de helft van mijn brood geven.
-
afgeven
verbachterlaten op de plek van bestemming
Wo kann ich mein Handgepäck abgeben?
Waar kan ik mijn bagage afgeven?
-
overhandigen
verbMontag bis Freitag von 9 bis 17 Uhr kann man seine Geschichte auch persönlich abgeben.
U kunt ze ook persoonlijk overhandigen op werkdagen, tussen negen en vijf.
-
Less frequent translations
- afstaan
- voorleggen
- afleggen
- afleveren
- afvuren
- doorspelen
- inleveren
- leveren
- lossen
- overdoen
- overlaten
- spelen
- thuisbezorgen
- uitbrengen
- uitspreken
- uitstralen
- verkopen
- vormen
- zich inlaten
- zijn
- afschaffen
- wijken
- toegeven
- zwichten
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "abgeben" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
"Abgeben" in German - Dutch dictionary
Currently, we have no translations for Abgeben in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.
Phrases similar to "abgeben" with translations into Dutch
-
een rol spelen · figureren
-
een belastingaangifte indienen
-
afgeven
-
balloteren · kiezen · stemmen · zijn stem uitbrengen
-
sociale lasten
-
exotherm
-
belasting
-
een verklaring afleggen