Translation of "abschneiden" into Dutch
afsnijden, amputeren, knippen are the top translations of "abschneiden" into Dutch.
absäbeln (umgangssprachlich) [..]
-
afsnijden
verb neuterergens een stuk vanaf halen
Er sagt auch, dass sie von seinem Bundesvolk abgeschnitten werden.
Hij zei ook dat zij van zijn verbondsvolk zouden worden afgesneden.
-
amputeren
verbFrüher hätte ein Chirurg einfach das Bein abgeschnitten und das Beste gehofft.
Vroeger zou de chirurg je been amputeren en er het beste van hopen.
-
knippen
verbEen snede maken (met bijvoorbeeld een mes). [..]
Was wolltest du mit seinen Hoden machen, nachdem du sie abgeschnitten hast?
Wat was je van plan om te doen met zijn testikels als je ze eenmaal eraf had geknipt?
-
Less frequent translations
- wegsnijden
- afzetten
- afsteken
- scheren
- snoeien
- afpakken
- korten
- ritsen
- afhalen
- afbreken
- afsluiten
- afzagen
- afzonderen
- isoleren
- ontnemen
- verhinderen
- verkorten
- rissen
- aftellen
- aftrekken
- weghalen
- wegnemen
- afnemen
- inhouden
- afknippen
- snijden
- uitkappen
- hoofden
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "abschneiden" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
"Abschneiden" in German - Dutch dictionary
Currently, we have no translations for Abschneiden in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.
Phrases similar to "abschneiden" with translations into Dutch
-
optionele sectie
-
herhalende sectie
-
afgesneden zijn
-
van de buitenwereld afgesloten
-
afgesneden
-
slecht presteren
-
Sectie · afgesneden stuk · afsnede · afsnijden · alinea · coupon · deelgebied · episode · etappe · fase · gedeelte · geleding · hoofdstuk · kaartje · kapittel · onderdeel · paragraaf · passage · passus · periode · rit · sectie · sector · segment · snijding · strip · strook · stuk · stuk weg · titel
-
Section 179 · artikel 179