Translation of "auffahren" into Dutch

inrijden, oprijden, opschrikken are the top translations of "auffahren" into Dutch.

auffahren Verb grammar

rumbrüllen (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • inrijden

    verb

    Als die ‚Rettungsmannschaft‘ auf unsere Auffahrt fuhr und mich weinend vorfand, sagte Grant: ‚Roy, du hast da eine Menge aufzuräumen.

    Toen de groep “redders” onze inrit inreed en aankwam waar ik stond te huilen, zei Grant: “Roy, je hebt heel wat rommel op te ruimen.

  • oprijden

    Und ich sprach die ganze Zeit mit meiner Frau, bis ich auf meine Auffahrt gefahren bin.

    En ik sprak met mijn vrouw de hele tijd totdat ik mijn oprit opreed.

  • opschrikken

    verb
  • Less frequent translations

    • opspringen
    • opstijgen
    • opvliegen
    • voorrijden
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "auffahren" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "auffahren" with translations into Dutch

  • gedragen · zich gedragen
  • Hemelvaartsdag
  • bumperkleven · kleven
  • bumperkleven
  • voorbeelden aanvoeren
  • aanbieden · cadeau geven · ensceneren · gedragen · indienen · noemen · offeren · offreren · opnoemen · opofferen · oprichten · opsommen · optreden · opvoeren · presenteren · regisseren · schenken · spelen · te koop aanbieden · uitvoeren · vermelden · vertonen · voorstellen · zich gedragen
  • Hemelvaartsdag · helling · hemelvaart · klim · oprijlaan · oprit · rijweg · toegangsweg
Add

Translations of "auffahren" into Dutch in sentences, translation memory