Translation of "ausschlagen" into Dutch
afwijzen, afkeuren, weigeren are the top translations of "ausschlagen" into Dutch.
ausschlagen
Verb
verb
grammar
ausschlagen (Pferd) [..]
-
afwijzen
verbIch habe übrigens ein Jobangebot, das du bitte ausschlägst.
Ik heb trouwens een vacature voor je, die ik je graag zie afwijzen.
-
afkeuren
verb -
weigeren
verbSie machten mir ein Angebot das ich nicht ausschlagen konnte.
Ze deden me een aanbod, dat ik niet kon weigeren.
-
Less frequent translations
- vertikken
- terugwijzen
- afslaan
- verwerpen
- ontkiemen
- kiemen
- het verdommen
- terugbezorgen
- heruitzenden
- wraken
- retourneren
- terugsturen
- verdringen
- aanbrengen
- aflopen
- behangen
- bekleden
- blussen
- bokken
- botten
- doorslaan
- maken
- nee zeggen tegen
- overhellen
- schieten
- slaan
- spruiten
- trappen
- uitschieten
- uitspruiten
- uitstoten
- van de hand wijzen
- worden
- vergooien
- ciseleren
- kotsen
- spugen
- verduwen
- wegdringen
- wegduwen
- wegstoten
- uitdrijven
- wegdrijven
- wegjagen
- wegwerpen
- weggooien
- braken
- ontzenuwen
- verjagen
- overgeven
- afstoten
- verdrijven
- weerleggen
- terugdringen
- weren
- het oneens zijn
- vomeren
- uitlopen
- uitslaan
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "ausschlagen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "ausschlagen" with translations into Dutch
-
een verzoek weigeren
-
terugslaand
Add example
Add