Translation of "besorgt" into Dutch

bezorgd, ongerust, bang are the top translations of "besorgt" into Dutch.

besorgt adjective verb grammar

mit flatterndem Herzen (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • bezorgd

    adjective

    Bezorgheid of ongerustheid voelen of tonen.

    Ich bin mehr um dich besorgt als um die Zukunft Japans.

    Ik ben bezorgder om jou dan om de toekomst van Japan.

  • ongerust

    adjective

    Bezorgheid of ongerustheid voelen of tonen.

    Und bist gar nicht besorgt, dass er sich irgendwie benimmt, als wäre es auch sein Kind?

    Je maakt je niet ongerust dat hij doet alsof het ook zijn kind is?

  • bang

    adjective

    Bist du besorgt, sie mit den anderen Studenten zusammen zu lassen?

    Ben je bang dat je de andere studenten niet bijhoudt?

  • Less frequent translations

    • beducht
    • bekommerd
    • zorgzaam
    • zorgvuldig
    • zorgelijk
    • angstig
    • zorgen
    • verontrust
    • druk
    • rusteloos
    • onrustig
    • gejaagd
    • woelig
    • bevreesd
    • nerveus
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "besorgt" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "besorgt" with translations into Dutch

  • zich zorgen maken over
  • toegeven
  • aandoen · aanrichten · afhandelen · beleggen · bemiddelen · bezorgen · doen · geven · halen · houden · kopen · krijgen · nemen · pakken · regelen · stichten · teweegbrengen · uitreiken · uitschrijven · uitvoeren · veroorzaken · verschaffen · verstrekken · verzorgen · voorzien · vrezen · zorgen voor
  • bezorgd · bezorgd zijn · inzitten · zich zorgen maken · zorgen
Add

Translations of "besorgt" into Dutch in sentences, translation memory