Translation of "geben" into Dutch
geven, aangeven, opbrengen are the top translations of "geben" into Dutch.
rüberschieben (umgangssprachlich) [..]
-
geven
verboverdragen van het bezit van iets aan iemand anders [..]
Du kannst das Buch dem geben, wer auch immer es möchte.
Je mag het boek geven aan wie het maar wil.
-
aangeven
verbIch werde sie schnell durchgehen und unsere Begründung geben.
Ik zal ze snel bespreken en kort aangeven waarom we ze hebben afgewezen.
-
opbrengen
verbWenn es hier Wasser gäbe, wäre er doppelt so hoch.
Met een bron had hij het dubbele opgebracht.
-
Less frequent translations
- zijn
- overhandigen
- verlenen
- toekennen
- toebrengen
- bestaan
- schenken
- verstrekken
- aanreiken
- uitgaan
- er
- verschaffen
- delen
- leveren
- bezorgen
- uitdelen
- doneren
- verdelen
- uitreiken
- aandoen
- schakelen
- aansteken
- uitkomen
- onderwijzen
- optreden
- opvoeren
- overgaan
- spelen
- toedienen
- uitstijgen
- uitvoeren
- vallen
- verdwijnen
- voordoen
- zich gedragen
- zich geven
- zich houden
- distribueren
- ronddelen
- verdrijven
- inschakelen
- uittreden
- rondbrengen
- doorbrengen
- existeren
- uitlopen
- rondgeven
- aanbotsen
- aandraaien
- uitstappen
- geduwd worden
- zich stoten
- opgeven
- toewijzen
- toeschrijven
- toedichten
- ontslaan
- uitzonderen
- vrijstellen
- voor het gerecht dagen
- afgeven
- overgeven
- er zijn
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "geben" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
besch.
"Geben" in German - Dutch dictionary
Currently, we have no translations for Geben in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.
Images with "geben"
Phrases similar to "geben" with translations into Dutch
-
afslaan · aftrekken · korten · korting geven
-
Onzevader
-
het leven bestaat uit geven en nemen
-
beschuldigen