Translation of "neben" into Dutch

naast, nabij, bij are the top translations of "neben" into Dutch.

neben adposition grammar

plus (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • naast

    adposition

    Zich terzijde van een plaats, locatie of object vinden.

    Als sie aufwachten, sahen sie einen Stein neben sich liegen.

    Toen ze wakker werden zagen ze een steen naast zich liggen.

  • nabij

    adverb

    Met erg weinig afstand tot of in een gegeven plaats of locatie.

    Ich wohnte einmal neben einem Park.

    Ik woonde nabij een park.

  • bij

    noun adposition feminine

    Met erg weinig afstand tot of in een gegeven plaats of locatie.

    Ich werde mich eine Weile neben dich setzen, wenn es okay ist.

    Ik kom even bij je zitten als je dat goed vindt.

  • Less frequent translations

    • aan
    • dichtbij
    • behalve
    • op
    • te
    • bezijden
    • in
    • daarnaast
    • met
    • benevens
    • boven
    • in vergelijking met
    • vergeleken met
    • voor
    • tot
    • naar
    • tegen
    • trouwens
    • ieder
    • elk
    • binnen
    • à
    • telkens
    • per
    • samen met
    • ten behoeve van
    • ten huize van
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "neben" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "neben" with translations into Dutch

  • vlak naast je
  • ondergschikt · ondersteunend
  • accessoir · accessorisch · begeleidend · bij- · bijbehorend · bijkomend · bijkomstig · collateraal · hulp- · minder belangrijk · neven- · ver · zij- · zijdelings
  • deel · naast elkaar · overlappend afdrukken
Add

Translations of "neben" into Dutch in sentences, translation memory