Translation of "neulich" into Dutch
recentelijk, onlangs, laatst are the top translations of "neulich" into Dutch.
neulich
adverb
grammar
rezent (österr.) [..]
-
recentelijk
adverbnog niet lang geleden [..]
Dieses Werk habe ich neulich erst fertiggestellt, es geht um ein weiteres tragisches Phänomen.
Dit is een werk dat ik pas recentelijk voltooide over een ander tragisch fenomeen.
-
onlangs
adverbrecentelijk, niet lang geleden [..]
Sie hat neulich ein neues Haus gekauft.
Ze heeft onlangs een nieuw huis gekocht.
-
laatst
adverbIn een tijd van het recente verleden.
Könnte ich das Buch wiederhaben, das ich dir neulich geliehen habe?
Ik wil graag dat boek, dat ik laatst aan jou heb uitgeleend, weer terug hebben.
-
Less frequent translations
- de laatste tijd
- kortgeleden
- kort geleden
- pas
- recent
- overlaatst
- nieuw
- kortelings
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "neulich" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Add example
Add