Translation of "paar" into Dutch
paar, koppel, een paar are the top translations of "paar" into Dutch.
etwas
-
paar
noun neutertwee van een soort die bij elkaar horen
In ein paar Monaten wird es vergessen sein.
Over een paar maanden zal het zijn vergeten.
-
koppel
noun neuterSami und Layla scheinen ein sehr glückliches Paar zu sein.
Sami en Layla lijken een zeer gelukkig koppel te vormen.
-
een paar
In ein paar Monaten wird es vergessen sein.
Over een paar maanden zal het zijn vergeten.
-
Less frequent translations
- enige
- enkele
- gepaard
- iets meer dan
- stel
- koppelen
- weinig
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "paar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
Gespann (umgangssprachlich) [..]
-
paar
noun neutertwee geliefden die een relatie hebben [..]
Tom hat ein zusätzliches Paar Schuhe im Kofferraum seines Wagens.
Tom bewaart een extra paar schoenen in de achterbak van zijn auto.
-
tweetal
noun neuterDiese Darstellung zeigt zwei Einzeltiere eines solchen Paares.
Dit diagram laat de twee leden van een tweetal zien.
-
duo
noun neuterWir waren ein wunderbares Paar, das populäre Musik spielte.
We waren een geweldig duo van Three-cord Wonders.
-
Less frequent translations
- stel
- koppel
- stelletje
- span
- paartje
Images with "paar"
Phrases similar to "paar" with translations into Dutch
-
een broek
-
een paar vormend · even
-
een paar keer · een paar maal
-
een paar seconden
-
paren
-
Koppel · duo · koppel · paar · span · stel · stelletje · tweetal
-
een paar vormend · even
-
een paar vormend · even