Translation of "pflanzen" into Dutch
planten, poten, gaan zitten are the top translations of "pflanzen" into Dutch.
Eine Pflanze in die Erde setzen damit sie Wurzeln schlägt und wächst.
-
planten
verb(een plant) in de aarde zetten om te laten groeien of bloeien
Ich habe einen Apfelbaum in meinen Garten gepflanzt.
Ik heb een appelboom geplant in mijn tuin.
-
poten
verb nounondiep in de aarde stoppen, met name van bollen, wortels, zaden e.d. om deze te laten groeien
wie sie mit ihrer Mutter und ihrer Großmutter gepflanzt haben,
en hoe ze vroeger pootten met hun moeder en grootmoeder.
-
gaan zitten
Meine Herren, pflanzt euch in die vorgesehenen Sitze.
Heren, ga zitten in de toegewezen stoelen.
-
Less frequent translations
- plaatsen
- zetten
- aanplanten
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "pflanzen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
-
aanplanting
noun feminine -
planten
noungroen groeiende groep
Dies ist eine Pflanze der Art Schlumbergera truncata.
Dit is een plant van het geslacht Schlumbergera truncata.
-
Planten
-
Less frequent translations
- plant
- groente-
Images with "pflanzen"
Phrases similar to "pflanzen" with translations into Dutch
-
levende plant
-
Wettstein-systeem
-
Vleesetende plant
-
een vaste plant
-
plantenetend
-
kruidachtig
-
herbarium · kruidboek
-
klimplanten