Translation of "rechnen" into Dutch
rekenen, berekenen, tellen are the top translations of "rechnen" into Dutch.
rechnen (mit) [..]
-
rekenen
verbgetallen manipuleren
Ich bin sehr beschäftigt. Also rechne nicht mit mir.
Ik ben erg druk, dus reken niet op mij.
-
berekenen
verbWenn man die Preise vergleicht, rechnet man am besten aus, was eine Portion kostet.
Bij het vergelijken van de basiskosten is het daarom het beste de kosten per persoon te berekenen.
-
tellen
verbHier wird in Jahrzehnten gerechnet, nicht in Jahren.
In de bosbouw tellen wij niet met jaren, maar met tientallen jaren.
-
Less frequent translations
- vertrouwen
- uitrekenen
- bedacht zijn op
- cijferen
- meerekenen
- ramen
- rekening houden met
- rendabel zijn
- renderen
- schatten
- taxeren
- calculeren
- fiducie hebben in
- uitwerken
- vertrouwen stellen in
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "rechnen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
Rechnen (umgangssprachlich) [..]
-
rekenen
verbIch bin sehr beschäftigt. Also rechne nicht mit mir.
Ik ben erg druk, dus reken niet op mij.
-
berekening
nounIch denke, beim Rechnen geht es nicht nur um Buchhaltung
Ik denk dat het bij computers niet enkel draait om berekeningen,
-
wiskunde
noun feminineDas Rechnen befasst sich mit Zahlen.
Wiskunde heeft te maken met getallen.
Images with "rechnen"
Phrases similar to "rechnen" with translations into Dutch
-
misrekenen
-
je moet erop rekenen
-
er rekening mee houden
-
distributed computing
-
rekenen op · te wachten staan · veronderstellen · verwachten · wachten
-
te wachten staan · verwachten · wachten
-
twee uur rekenen
-
Gunfight at the O.K. Corral