Translation of "schmieren" into Dutch

smeren, doorsmeren, besmeren are the top translations of "schmieren" into Dutch.

schmieren verb grammar

schmieren (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • smeren

    verb

    Lege sie auf ein Backblech und schmiere sie mit Eiweiß an.

    Zet ze op de bakplaat en smeer ze in met eiwit.

  • doorsmeren

  • besmeren

    verb

    Man schmierte die Kuh mit einem Neuen-Kuh-Duft ein.

    De Oude koe werd besmeerd met de geur van Nieuwe koe.

  • Less frequent translations

    • omkopen
    • sauzen
    • ontrollen
    • uitspreiden
    • verdunnen
    • versnijden
    • verwateren
    • uitrollen
    • rekken
    • uitsteken
    • ontvouwen
    • insmeren
    • invetten
    • kalken
    • kladden
    • knoeien
    • oliën
    • uitbouwen
    • afwikkelen
    • spreiden
    • uitbreiden
    • uitstrekken
    • ophouden
    • vergroten
    • strekken
    • zalven
    • corrumperen
    • kladschilderen
    • kliederen
    • uitsmeren
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "schmieren" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Schmieren noun feminine grammar
+ Add

German-Dutch dictionary

  • het smeren

    noun

    Achtet drauf, wenn sie auf die Schmiere trifft.

    Kijk maar als hij bij het smeer komt.

Phrases similar to "schmieren" with translations into Dutch

Add

Translations of "schmieren" into Dutch in sentences, translation memory