Translation of "spazieren" into Dutch

wandelen, lopen, tippelen are the top translations of "spazieren" into Dutch.

spazieren verb grammar

umhertigern (umgangssprachlich)

+ Add

German-Dutch dictionary

  • wandelen

    verb

    Ich habe einen Apfel gegessen, bevor ich spazieren gegangen bin.

    Ik heb een appel gegeten voordat ik ging wandelen.

  • lopen

    verb

    Tom und sein Onkel sind schweigend zusammen spazieren gegangen.

    Tom en zijn oom liepen samen in stilte.

  • tippelen

    verb
  • Less frequent translations

    • aan de wandel zijn
    • flaneren
    • gaan wandelen
    • slenteren
    • kuieren
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "spazieren" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "spazieren" with translations into Dutch

  • toeren
  • een wandeling maken · gaan wandelen · kuieren · lopen · opgaan · slenteren · spankeren · stappen · wandelen
Add

Translations of "spazieren" into Dutch in sentences, translation memory