Translation of "spenden" into Dutch

geven, doneren, schenken are the top translations of "spenden" into Dutch.

spenden verb grammar

Etwas von Wert weggeben um etwas zu unterstützen oder dazu beizutragen.

+ Add

German-Dutch dictionary

  • geven

    verb

    Iets van waarde weggeven voor het ondersteunen of bijdragen tot iets.

    Er spendet sein Blut, um seine Schwester zu retten.

    Hij geeft zijn bloed om zijn zus te redden.

  • doneren

    verb

    Iets van waarde weggeven voor het ondersteunen of bijdragen tot iets.

    Die Braut, die es gespendet hatte, tat mir ziemlich leid.

    Ik had berouw voor de bruid die hem had gedoneerd.

  • schenken

    verb

    Iets van waarde weggeven voor het ondersteunen of bijdragen tot iets.

    Sie spendeten Geld ans Rote Kreuz.

    Ze schonken geld aan het Rode Kruis.

  • Less frequent translations

    • verlenen
    • opbrengen
    • toekennen
    • aangeven
    • toebrengen
    • aansteken
    • uitkomen
    • verdrijven
    • aanbotsen
    • aandraaien
    • uitstappen
    • bijdragen
    • offeren
    • uitdelen
    • uitreiken
    • uittreden
    • uitstijgen
    • doorbrengen
    • aandoen
    • uitlopen
    • aanreiken
    • inschakelen
    • schakelen
    • uitgaan
    • cadeau geven
    • geduwd worden
    • zich stoten
    • toedienen
    • begiftigen
    • verstrekken
    • uitrekken
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "spenden" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Spenden noun grammar
+ Add

"Spenden" in German - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Spenden in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Phrases similar to "spenden" with translations into Dutch

  • leven gevend
  • bloed doneren · bloed geven
  • geld schenken
  • schaduw bieden
  • troosten · vertroosten
  • aanbod · bijdrage · cadeau · donatie · dotatie · gave · geschenk · gift · presentje · schenking
  • adhesie betuigen · afranselen · afrossen · applaudisseren · bij acclamatie benoemen · doorroeren · dorsen · houwen · klappen · kloppen · meppen · omroeren · roeren · slaan · toejuichen · zijn bijval betuigen
Add

Translations of "spenden" into Dutch in sentences, translation memory