Translation of "spross" into Dutch

knop, uitloper, uitspruitsel are the top translations of "spross" into Dutch.

spross verb
+ Add

German-Dutch dictionary

  • knop

    noun

    Aber in diesem Frühling, sah man neue Knospen aus der Erde sprießen.

    Maar die lente ontsproten nieuwe knoppen aan de grond.

  • uitloper

    noun

    (e) Sprossen, Sprossachsen, Ausläufer;

    e) scheuten, stengels, uitlopers;

  • uitspruitsel

    Das ‘Sprießen Jehovas’ wird „zur Zierde und zur Herrlichkeit“ werden.

    Het uitspruitsel van Jehovah zal „tot sieraad en tot heerlijkheid worden”.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "spross" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Spross noun masculine grammar

Zögling (gehoben) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • scheut

    noun feminine

    plant

    Jedes Frühjahr werden die Spitzen neuer Sprossen abgekniffen.

    Elk voorjaar worden de toppen van nieuwe scheuten afgeknepen.

  • spruit

    noun masculine

    Die Sprossen von Grünspargel wachsen aus der Erde heraus.

    De spruiten van groene asperges groeien uit de grond.

  • afstammeling

    noun masculine
  • Less frequent translations

    • halm
    • kind
    • knop
    • loot
    • nakomeling
    • steel
    • stengel
    • telg
    • lot
    • rank
    • schoot
    • jong
    • uitloper
    • uitspruitsel

Phrases similar to "spross" with translations into Dutch

  • kiemen · ontkiemen · spruiten
  • spruitjes · spruitkool
  • botten · kiemen · ontkiemen · ontspruiten · schieten · spruiten · steunen · stutten · uitbotten · uitschieten · uitspruiten
  • afstammeling · jong · kind · knop · loot · nakomeling · spruit · telg · uitspruitsel
Add

Translations of "spross" into Dutch in sentences, translation memory