Translation of "treffen" into Dutch

raken, treffen, ontmoeten are the top translations of "treffen" into Dutch.

treffen verb grammar

zusammenstauchen (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • raken

    verb

    een klap, schot of stoot toebrengen

    Wenn der Ball Dich irgendwo trifft außer am Kopf oder den Händen, bist Du draußen.

    Als de bal je ergens anders dan op je hoofd of je handen raakt, ben je af.

  • treffen

    verb neuter

    raak schieten [..]

    Ich hätte dich am Flughafen treffen können.

    Ik had je op het vliegveld kunnen treffen.

  • ontmoeten

    verb

    Zufällig mit jemandem von Angesicht zu Angesicht kommen. [..]

    Ich vergaß, dass ich sie letzten Monat getroffen habe.

    Ik was vergeten dat ik haar vorige maand had ontmoet.

  • Less frequent translations

    • halen
    • inslaan
    • teisteren
    • slaan
    • tegenkomen
    • kloppen
    • aankomen
    • vangen
    • bereiken
    • aantreffen
    • klappen
    • meppen
    • opvallen
    • inhalen
    • houwen
    • behalen
    • reiken tot
    • terecht komen
    • afspreken
    • scoren
    • pakken
    • daten
    • doen
    • elkaar ontmoeten
    • maken
    • neerkomen
    • nemen
    • raak zijn
    • stuiten
    • tasten
    • tot stand brengen
    • zien
    • slagen
    • botsen
    • merken
    • grijpen
    • afhalen
    • aangrijpen
    • vatten
    • confisqueren
    • waarnemen
    • bemerken
    • vernemen
    • beetkrijgen
    • konfiskeren
    • beetnemen
    • vastgrijpen
    • vastpakken
    • klaarspelen
    • doorkomen
    • bemachtigen
    • gewaar worden
    • in beslag nemen
    • slagen voor
    • verbeurd verklaren
    • sluiten
    • samenkomen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "treffen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Treffen noun Noun neuter grammar

bescheiden

+ Add

German-Dutch dictionary

  • afspraak

    noun feminine

    Ich werde mich morgen mit einem Freund treffen.

    Ik heb morgen een afspraak met een vriend.

  • slag

    noun masculine

    Wenn ich eine informierte Entscheidung treffen will, muss ich mich ranhalten.

    Als ik een gefundeerd besluit wil nemen, moet ik maar's aan de slag.

  • klap

    noun masculine

    Und du wurdest von einem sehr großen Klempnerschlüssel getroffen.

    En je hebt een klap op je hoofd gehad, met een grote moersleutel.

  • Less frequent translations

    • stoot
    • houw
    • tik
    • schop
    • ontmoeting
    • rendez-vous
    • treffen
    • bijeenkomst
    • vergadering
    • afspraakje
    • reünie
    • confrontatie
    • gevecht
    • meeting
    • raken
    • samenkomst
    • wedstrijd
    • slaan
    • klop
    • samenloop
    • match
    • mep
    • klets
    • flap
    • veeg
    • ontmoeten
    • afspreken
    • conferentie
    • congres
    • seminar

Phrases similar to "treffen" with translations into Dutch

Add

Translations of "treffen" into Dutch in sentences, translation memory