Translation of "vorfahren" into Dutch
inhalen, voorkomen, voorrang hebben are the top translations of "vorfahren" into Dutch.
-
inhalen
verbDas Luftfahrzeug oder Wasserfahrzeug, das überholt wird, hat Vorfahrt; das überholende Luftfahrzeug hat seinen Kurs zu ändern und ausreichend Abstand zu halten.
Het luchtvaartuig of schip dat wordt ingehaald, heeft voorrang en het inhalende luchtvaartuig of schip wijzigt zijn koers om voldoende afstand te bewaren.
-
voorkomen
verb noun particleUnd wir können Fehler vermeiden, indem wir genau das tun, was auch unseren Vorfahren Segen gebracht hat.
En we kunnen voorkomen dat we zelf vergissingen begaan door te doen waar onze voorouders door gezegend werden.
-
voorrang hebben
- erleichtert den Güterverkehr durch die Festlegung und den Bau von dem Güterverkehr vorbehaltenen Fernverkehrsstrecken oder von Strecken, auf denen Güterzüge Vorfahrt haben,
- bevordert goederenvervoer door het aanwijzen en ontwikkelen van hoofdtrajecten die voor goederen zijn gereserveerd of trajecten waarop goederentreinen voorrang hebben,
-
voorrijden
Truman wird vereidigt sein, bevor sie den Wagen vorfahren.
Truman zal worden beëdigd in de tijd ze de auto voorrijden.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "vorfahren" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
-
voorouders
nounIhre Kleidung ist der meiner Vorfahren sehr ähnlich.
Hun kleren lijken erg op die van onze voorouders.
-
voorvaderen
Wie könnten wir auf die Vergebung unserer Vorfahren hoffen?
Hoe zouden we onze voorvaderen om vergeving kunnen vragen?
-
afstamming
noun feminineAlso wenn Sie nach gemeinsamen Vorfahren mit den Menschenaffen suchen,
Als je het dus hebt over onze gezamenlijke afstamming met de apen,
-
Less frequent translations
- vaderen
- voorgeslacht
Phrases similar to "vorfahren" with translations into Dutch
-
aantonen · aanwijzen · adstrueren · bewijzen · certificeren · demonstreren · getuigen · laten zien · opvoeren · presenteren · showen · staven · tonen · uitwijzen · veraanschouwelijken · vertonen · voor doen · voordoen · voorleiden · waarmaken
-
een film draaien
-
patriarch · stamvader · stamvorm · voorganger · voorouder · voorouders · voorvader · voorzaat
-
patriarch · stamvader · stamvorm · voorouder · voorvader · voorzaat
-
voorrang
-
voorrang hebben
-
belonen