Translation of "absent" into Dutch
afwezig, verstrooid, weg are the top translations of "absent" into Dutch.
absent
adjective
verb
noun
adposition
grammar
Being away from a place; withdrawn from a place; not present. [..]
-
afwezig
adjective verbbeing away from a place [..]
Both Nancy and Jane were absent from school.
Nancy en Jane waren beiden afwezig van school.
-
verstrooid
adjectiveinattentive [..]
Even intelligent people are sometimes absent-minded.
Zelfs intelligente mensen zijn soms verstrooid.
-
weg
adjective adverbbeing away from a place [..]
By using all the time she was absent against her.
Ze zullen de tijd dat ze weg was tegen haar gebruiken.
-
Less frequent translations
- absent
- ontbrekend
- zonder
- zijn
- behalve
- uitgezonderd
- verwijderen
- niet aanwezig
- vertrekken
- tekort
- uitstedig
- dromerig
- elders met zijn gedachten
- in afwezigheid van
- niet meer voorhanden
- niet opdagen
- vermist
- wegblijven van
- zich absenteren
- afwezig zijn
- zich verwijderen
- distract
- gepreoccupeerd
- dada
- verdwenen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "absent" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "absent" with translations into Dutch
-
aan de gang brengen · afgaan · afrijden · afvuren · losbranden · op weg gaan · opstappen · starten · tijgen · uitlopen · uitvaren · vertrekken · weggaan · wegrijden · zich verwijderen
-
absent · achteloos · afgetrokken · afwezig · distract · elders met zijn gedachten · er niet bij · gepreoccupeerd · nalatig · nonchalant · onachtzaam · onoplettend · vergeetachtig · verstrooid · wezenloos
-
onoplettendheid · verstrooidheid
-
aanwezigheidsverzuim
-
afwezigheid · verzuim
-
afgetrokken · afwezig · verstrooid · wezenloos
-
absent zijn · afwezig zijn · mankeren · ontbreken
-
verstrooide professor
Add example
Add