Translation of "accompaniment" into Dutch

begeleiding, accompagnement, gevolg are the top translations of "accompaniment" into Dutch.

accompaniment noun grammar

That which gives support or adds to the background in music, or adds for ornamentation. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • begeleiding

    noun feminine

    music: that which gives support or adds to the background [..]

    For the glass sector, it must mobilise mechanisms of coordination and cooperation in order to accompany restructuring.

    Voor de glasindustrie betekent dat gebruikmaken van mechanismen voor coördinatie en samenwerking ter begeleiding van herstructurering.

  • accompagnement

    noun neuter

    The subordinate music that supports the principal voice or instrument in a piece of music.

  • gevolg

    noun neuter

    The Director shall take all appropriate steps required, if necessary, by the observations accompanying the decision giving discharge.

    De directeur neemt alle nodige maatregelen om gevolg te geven aan de opmerkingen bij het besluit tot kwijting.

  • Less frequent translations

    • optocht
    • stoet
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "accompaniment" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "accompaniment" with translations into Dutch

  • begeleidend · bijbehorend · bijgaand · bijhorend · ingesloten · samengaand
  • accompagneren · begeleiden · chaperonneren · escorteren · geleiden · meegaan · meelopen · meelopen met · samengaan · samensluiten · samenwerken · samenwonen · vergezellen
  • begeleiden · meegaan · meelopen · vergezellen
  • vergezeld door
  • begeleid · vergezeld
  • begeleidend · bijbehorend · bijgaand · bijhorend · ingesloten · samengaand
  • accompagneren · begeleiden · chaperonneren · escorteren · geleiden · meegaan · meelopen · meelopen met · samengaan · samensluiten · samenwerken · samenwonen · vergezellen
  • accompagneren · begeleiden · chaperonneren · escorteren · geleiden · meegaan · meelopen · meelopen met · samengaan · samensluiten · samenwerken · samenwonen · vergezellen
Add

Translations of "accompaniment" into Dutch in sentences, translation memory