Translation of "accomplisher" into Dutch

presteerder, presteerster, verwezenlijker are the top translations of "accomplisher" into Dutch.

accomplisher noun grammar

One who accomplishes. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • presteerder

    masculine

    one who accomplishes

  • presteerster

    feminine

    one who accomplishes

  • verwezenlijker

    one who accomplishes

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "accomplisher" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "accomplisher" with translations into Dutch

  • bedreven · behendig · bevoegd · competent · conpetent · deskundig · ervaren · talentvol · vaardig · voldongen · volleerd · volmaakt
  • aanvullen · afleggen · afsluiten · assureren · behalen · behoeden · belenden · beloven · bereiken · beschermen · besturen · betuigen · beveiligen · bewerkstelligen · bijwerken · borg staan voor · brengen · completeren · dempen · doen · doorkomen · doorvoeren · effectueren · garanderen · geheel maken · geleiden · grenzen aan · halen · in veiligheid brengen · inhalen · inslaan · invullen · klaarspelen · klaren · leiden · leiden tot · maken · nakomen · naleven · raken · realiseren · reiken tot · resulteren · slagen · slagen voor · spekken · sponsoren · stoppen · supplementeren · teisteren · toezeggen · tot stand brengen · treffen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitlopen op · uitloven · uitrusten · uitstappen · uitstijgen · uittreden · uitvoeren · veilig stellen · verdienen · verrichten · vervullen · verwerkelijken · verwezenlijken · verzeggen · verzekeren · voeren · volbrengen · voleinden · volgen · volmaken · volschenken · voltooien · voltrekken · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · vrijwaren · vullen · waarborgen · winnen
  • haalbaar
Add

Translations of "accomplisher" into Dutch in sentences, translation memory