Translation of "acquirement" into Dutch

verwerving, verworvenheid, aanwinst are the top translations of "acquirement" into Dutch.

acquirement noun grammar

The act of acquiring, or that which is acquired; attainment. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verwerving

    noun masculine

    Immovable property is usually acquired with the aim of retaining possession for some considerable time.

    De verwerving van onroerendgoed geschiedt in het algemeen met het doel voor langere tijd het bezit te verkrijgen.

  • verworvenheid

    noun

    Strictly speaking, priesthood as delegated power is an individual acquirement.

    Strikt genomen is het priesterschap, de macht die ons verleend is, een individuele verworvenheid.

  • aanwinst

    noun masculine
  • Less frequent translations

    • acquisitie
    • prestatie
    • buit
    • prooi
    • verkrijging
    • capaciteit
    • vaardigheid
    • bedrevenheid
    • habiliteit
    • begaafdheid
    • behendigheid
    • bekwaamheid
    • competentie
    • gave
    • geschiktheid
    • handigheid
    • kundigheid
    • talent
    • vernuft
    • aanleg
    • vermogen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "acquirement" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "acquirement" with translations into Dutch

  • aanbrengen · aankopen · aanschaffen · aanwerven · acquireren · afnemen · behalen · buit maken · buitmaken · deelachtig worden · inkopen · kopen · krijgen · leren · opdoen · overnemen · verdienen · verkrijgen · verwerven · werven · winnen · zich eigen maken
  • schip oplevering
  • verworven rechten
  • acquisiteur · afnemer · klant · koopster · koper · verkrijger
  • aangekocht · aangeleerd · behaald · verworven
  • door verjaring verkrijgen
  • Niet-aangeboren hersenletsel
  • kennis opdoen
Add

Translations of "acquirement" into Dutch in sentences, translation memory