Translation of "acquirer" into Dutch

verkrijger, koper, afnemer are the top translations of "acquirer" into Dutch.

acquirer noun grammar

a person who acquires [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verkrijger

    The acquirer may further be required to lodge a security.

    Eveneens kan van de verkrijger een waarborgsom worden verlangd.

  • koper

    noun neuter

    Menno, it's more urgent for us... to learn who acquired the sarin than who sold it.

    Menno, het is voor ons belangrijker... de koper te weten van de sarin dan de verkoper.

  • afnemer

    noun

    — the taxable amount between each national supplier and partner Member State acquirer;

    — de maatstaf van heffing tussen iedere leverancier in de lidstaat en afnemer in de partnerlidstaat;

  • Less frequent translations

    • acquisiteur
    • koopster
    • klant
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "acquirer" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "acquirer" with translations into Dutch

  • aanbrengen · aankopen · aanschaffen · aanwerven · acquireren · afnemen · behalen · buit maken · buitmaken · deelachtig worden · inkopen · kopen · krijgen · leren · opdoen · overnemen · verdienen · verkrijgen · verwerven · werven · winnen · zich eigen maken
  • schip oplevering
  • verworven rechten
  • aanleg · aanwinst · acquisitie · bedrevenheid · begaafdheid · behendigheid · bekwaamheid · buit · capaciteit · competentie · gave · geschiktheid · habiliteit · handigheid · kundigheid · prestatie · prooi · talent · vaardigheid · verkrijging · vermogen · vernuft · verwerving · verworvenheid
  • aangekocht · aangeleerd · behaald · verworven
  • door verjaring verkrijgen
  • Niet-aangeboren hersenletsel
  • kennis opdoen
Add

Translations of "acquirer" into Dutch in sentences, translation memory