Translation of "adjournment" into Dutch

uitstel, verdaging, opschorting are the top translations of "adjournment" into Dutch.

adjournment noun grammar

The state of being adjourned. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • uitstel

    noun neuter

    Opschorting naar een latere datum.

    We request adjournment till the two can be found.

    We verzoeken om uitstel tot ze gevonden zijn.

  • verdaging

    noun feminine

    Opschorting naar een latere datum.

    I'd ask for an adjournment while we obtain statements from the relevant officers.

    Ik wil u om een verdaging vragen, om de verklaring van de betrokken officier te verkrijgen.

  • opschorting

    noun

    The judge responsible for enforcing sentences may allow, adjourn, refuse, withdraw or revoke the suspension or division of the prison sentence into instalments.

    De strafrechter is bevoegd om opschorting of fractionering van de gevangenisstraf toe te kennen, te verdagen, te weigeren, in te trekken of te herroepen.

  • Less frequent translations

    • schorsing
    • verlating
    • verlet
    • oponthoud
    • onderbreking
    • Afgebroken partij
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "adjournment" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "adjournment" with translations into Dutch

  • schorsen
  • aangrijpen · aanhouden · achteruitgaan · achteruitlopen · afdanken · afgelasten · afmonsteren · afsluiten · afstaan · afwisselen · bewegen · dichtdoen · dichtmaken · doorsturen · doorzenden · heruitzenden · omzetten · onderbreken · ontroeren · ontslaan · ontzetten · op slot doen · opschorten · overbrengen · overplaatsen · refereren · reflecteren · retourneren · royeren · schelen · schorsen · sluiten · spiegelen · stopzetten · terrein verliezen · terugbezorgen · terugdeinzen · teruggaan · teruggooien · terugkaatsen · teruglopen · terugsturen · terugwerpen · terugwijzen · toedoen · toegeven · uitdrijven · uiteengaan · uiteenlopen · uitstellen · variëren · verdagen · verdrijven · verjagen · verleggen · verlopen · verplaatsen · verroeren · verschillen · verschuiven · vertragen · verwijzen · weerkaatsen · weerspiegelen · wegdrijven · wegjagen · werken · wijken
Add

Translations of "adjournment" into Dutch in sentences, translation memory