Translation of "affirm" into Dutch
bevestigen, verzekeren, betuigen are the top translations of "affirm" into Dutch.
affirm
verb
grammar
To agree, verify or concur; to answer positively. [..]
-
bevestigen
verbzeggen dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt [..]
In my opinion, the answer to that question must be in the affirmative.
Deze vraag moet mijns inziens bevestigend worden beantwoord.
-
verzekeren
verbVolhouden voor de waarheid.
It tried to tranquilizar the dutches affirming that the ideology nazista would not be imposed.
Hij verzekerde Nederland dat't het nazisme niet opgelegd zou krijgen.
-
betuigen
verb
-
Less frequent translations
- beamen
- vaststellen
- constateren
- bekrachtigen
- bevinden
- toestemmen
- uitvoeren
- ja zeggen
- beweren
- erkennen
- vormen
- vervullen
- voltrekken
- drukken
- waarborgen
- beloven
- aandringen
- behoeden
- dringen
- verrichten
- vrijwaren
- nakomen
- garanderen
- staven
- naleven
- beschermen
- bespoedigen
- zweren
- accelereren
- assureren
- uitloven
- verzeggen
- jachten
- verhaasten
- pressen
- sponsoren
- aandrukken
- knellen
- haasten
- toezeggen
- persen
- versnellen
- beveiligen
- borg staan voor
- een eed afleggen
- in veiligheid brengen
- tot haast aanzetten
- urgent zijn
- veilig stellen
- verklaren
- affirmeren
- onderbouwen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "affirm" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "affirm" with translations into Dutch
-
bevestigend antwoord
-
bevestigd · beweerd
-
bevestigend
-
affirmatief · bevestigend · bevestigende zin · constructief · definitief · ja · onherroepelijk · positief · toestemmend · vast
-
affirmatie · belofte · betuiging · bevestiging · confirmatie · staving · toezegging · uitloving · verzekering
-
bevestigende zin
-
positieve discriminatie
-
betuigen · bevestigen · verzekeren
Add example
Add