Translation of "affirmed" into Dutch
bevestigd, beweerd are the top translations of "affirmed" into Dutch.
affirmed
verb
Simple past tense and past participle of affirm. [..]
-
bevestigd
adjectiveHe affirmed his innocence.
Hij bevestigde zijn onschuld.
-
beweerd
particleVoltooid deelwoord van beweren.
He affirmed that he saw the crash.
Hij beweerde het ongeval gezien te hebben.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "affirmed" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
Affirmed
noun
thoroughbred that won the triple crown in 1978
+
Add translation
Add
"Affirmed" in English - Dutch dictionary
Currently, we have no translations for Affirmed in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.
Phrases similar to "affirmed" with translations into Dutch
-
bevestigend antwoord
-
aandringen · aandrukken · accelereren · affirmeren · assureren · beamen · behoeden · bekrachtigen · beloven · beschermen · bespoedigen · betuigen · beveiligen · bevestigen · bevinden · beweren · borg staan voor · constateren · dringen · drukken · een eed afleggen · erkennen · garanderen · haasten · in veiligheid brengen · ja zeggen · jachten · knellen · nakomen · naleven · onderbouwen · persen · pressen · sponsoren · staven · toestemmen · toezeggen · tot haast aanzetten · uitloven · uitvoeren · urgent zijn · vaststellen · veilig stellen · verhaasten · verklaren · verrichten · versnellen · vervullen · verzeggen · verzekeren · voltrekken · vormen · vrijwaren · waarborgen · zweren
-
bevestigend
-
affirmatief · bevestigend · bevestigende zin · constructief · definitief · ja · onherroepelijk · positief · toestemmend · vast
-
affirmatie · belofte · betuiging · bevestiging · confirmatie · staving · toezegging · uitloving · verzekering
-
bevestigende zin
-
positieve discriminatie
-
betuigen · bevestigen · verzekeren
Add example
Add